Bewegen is medicijn. Waarom kennen we de dosis dan niet?

Vraag een fysiotherapeut hoeveel ibuprofen een patiënt vorige week slikte en u krijgt een precies antwoord, met milligrammen en frequentie. Vraag met welke belasting diezelfde patiënt in week drie van zijn rugprogramma trainde en u hoort meestal een inschatting. “Gemiddeld.” “Iets meer dan vorige keer.” “Drie sets, geloof ik.”

Dat is geen kritiek op therapeuten. Het laat zien hoe oefentherapie al decennia wordt gegeven. De behandeling is goed onderbouwd, maar wordt zelden zo vastgelegd dat een ander haar kan herhalen.

De wetenschap heeft het ook gezien

In 2022 publiceerden Hansford en collega’s in het British Journal of Sports Medicine een overzichtsstudie met een scherpe titel: “If exercise is medicine, why don’t we know the dose?” Ze analyseerden systematische reviews over hoe oefeninterventies bij uiteenlopende aandoeningen worden beschreven. Hun conclusie: belangrijke details ontbreken vaak, waaronder intensiteit, progressie en therapietrouw. Juist die details heeft u nodig om een programma te herhalen of te begrijpen waarom het werkte.

Nieuw is die zorg niet. Om oefenprogramma’s reproduceerbaar te maken, ontwikkelden onderzoekers de Consensus on Exercise Reporting Template (CERT), een checklist van 16 items (Slade et al., 2016). CERT vraagt onder meer naar belasting, progressieregels en hoe therapietrouw is gemeten. Als die standaard voor onderzoek bestaat, is het een terechte vraag hoeveel van die items een gemiddelde praktijk dagelijks vastlegt.

Tegelijk is de onderbouwing voor oefentherapie zelf sterk. Een systematisch overzicht van Babatunde en collega’s in PLOS ONE (2017) noemt oefentherapie een effectieve eerstelijnsaanpak bij veelvoorkomende klachten aan het bewegingsapparaat. De vraag is dus niet óf oefenen helpt. De vraag is wat er precies is gedaan.

Waarom de dosis in de praktijk telt, niet alleen in een artikel

Ontbrekende dosisgegevens zijn ook een praktisch probleem. In de dagelijkse praktijk ziet u dat op minstens drie manieren terug:

  • Progressie wordt gevoel. Zonder vastgelegde nulmeting en belasting per sessie is het lastig te bepalen of een patiënt aan meer toe is. U houdt te lang in of verhoogt te vroeg.
  • Evaluatie wordt een gesprek in plaats van een vergelijking. Bij de herbeoordeling heeft u de indruk van de patiënt en uw eigen geheugen, maar geen curve.
  • Verantwoorden wordt lastiger. Verwijzers, zorgverzekeraars en uw eigen management willen steeds vaker weten wat de behandeling inhield en wat er veranderde. “We hebben oefeningen gedaan” is daarop een zwak antwoord.

Daarnaast speelt continuïteit. Ziet een patiënt twee of drie verschillende therapeuten, dan begint zonder vastgelegde dosis iedereen bij zijn eigen inschatting.

Hoe meetbaar er in de praktijk uitziet

De dosis meten betekent geen extra administratie. Goed ingericht betekent het juist minder. Het principe is eenvoudig: het apparaat legt vast wat er gebeurt, zodat de therapeut dat niet hoeft te doen.

Dat is het uitgangspunt van de DAVID g-line. Elk apparaat isoleert een specifiek gewricht of bewegingssegment, zoals de lumbale wervelkolom, nek, heup, knie of schouder, en registreert de sessie herhaling voor herhaling:

  1. Een nulmeting legt aan het begin kracht en bewegingsuitslag vast, zodat het programma start vanaf een gemeten uitgangspunt.
  2. Het protocol bepaalt de belasting op basis van die nulmeting en past die aan naarmate de patiënt vooruitgaat.
  3. Elke herhaling wordt geregistreerd, inclusief belasting, bewegingsuitslag en uitgevoerd volume, zonder handmatige invoer.
  4. Hertesten laten verandering over tijd zien, zodat de evaluatie rust op een vergelijking van vastgelegde waarden.

De therapeut blijft verantwoordelijk voor de klinische beslissingen. Wat verandert, is de informatie waarop die beslissingen zijn gebaseerd.

Praktische tips voor uw praktijk

Om het dosisgat te dichten heeft u niet meteen nieuwe apparatuur nodig. Deze stappen helpen in elke setting:

  • Kies drie variabelen en leg ze elke sessie vast. Bijvoorbeeld belasting, herhalingen en bewegingsuitslag. Consequent zijn is belangrijker dan volledig zijn.
  • Leg progressieregels vooraf vast. Bepaal wat er moet gebeuren voordat de belasting omhoog gaat en zet dat in het protocol, in plaats van het per dag te beslissen.
  • Test bij de start en op vaste momenten. Een hertest in week zes en week twaalf geeft u twee vergelijkbare meetpunten in plaats van twee indrukken.
  • Gebruik CERT als checklist. Ook buiten onderzoek laten de 16 items zien wat er in uw programma’s ongedefinieerd blijft.
  • Meet de tijd die documentatie kost. Werkt uw team sessies ‘s avonds nog bij, dan hoort die tijd bij de kosten van niet automatisch meten.

Van inschatting naar onderbouwing

Oefentherapie is een van de best onderbouwde behandelingen bij klachten aan het bewegingsapparaat. Tegelijk is het een van de minst nauwkeurig vastgelegde behandelingen. Praktijken die dat gat dichten, kunnen verwijzers, verzekeraars en patiënten laten zien wat er is gedaan en wat er veranderde.

Wilt u zien hoe de g-line dosis en progressie vastlegt in een echte behandelsessie? Neem contact op met het DAVID-team voor een demo. We laten u graag de data zien.

Bronnen

Er zijn nog drie punten open:

  • Hansford: de samenvatting van dit onderzoek moet iemand nog naast de abstract leggen, want PubMed wilde bij mij niet laden.
  • Contactlink: de link is niet gecontroleerd. Gebruik de NL/BE-contactpagina als die er is.
  • In WordPress: afbeelding en auteur moeten nog worden ingesteld.